Du

In het Zweeds wordt tegenwoordig iedereen met du, jij, aangesproken. Het woordje ni, u, is grotendeels uit de taal verdwenen. Toch is deze, voor ons informele, manier van aanspreken niet altijd zo geweest.

Du werd vroeger alleen maar gebruikt voor de allernaasten zoals familie en goede vrienden. Ni werd gebruikt om een iemand met een lagere sociale status of het personeel aan te spreken. Wilde je als ondergeschikte een hoger geplaatst persoon aanspreken dan moest je zijn of haar aanspreektitel gebruiken, bijvoorbeeld dokter, directeur, notaris, juffrouw (fröken) enz.

Du, ni en aanspreektitels markeerden op deze manier de hiërarchie in de samenleving. Het kiezen van de juiste aanspreekvorm leverde echter de nodige problemen op. Als je niet wist wat de juiste aanspreektitel was, moest je je zin zo zien te formuleren dat de titel niet nodig was. Verder is het natuurlijk lastig als je iedere keer de volledige aanspreektitel en achternaam moest opdreunen in plaats van gewoon du te zeggen. Je krijgt dan van die rare zinnen als “Als Dokter Svensson klaar is heeft Dokster Svensson dan tijd voor deze patiënt?” Daarnaast was het lastig als je door iemand met ni werd aangesproken terwijl je de aanspreektitel van de ander niet kende. Zomaar ni of du zeggen was geen optie.

In de media was er veel aandacht voor het gebruik van du of ni.

In het oud Zweeds bestond er maar één aanspreekvorm voor een persoon, namelijk du. Voor meerdere personen gebruikte men i, wat later ni werd.

Begin vorige eeuw werd du steeds meer als aanspreekvorm. De samenleving was aan het veranderen. De toenemende verstedelijking zorgde ervoor dat men steeds vaker nieuwe mensen ontmoette. In een dorpje kende je nog iedereen en wist je wie wie was, maar in een stad had je geen idee wie er tegenover je zat in de tram, achter je in de rij stond of naast je zat in de bioscoop. De opkomst van confectiekleding droeg ook bij aan de verandering, het verschil in status werd steeds minder zichtbaar. Ni werd steeds meer gezien als neerbuigend en afstandelijk.

Bror Rexed (hij werd geboren in Gunnarskog in Värmland)

Deze du-hervorming (du-reformen) was al een paar jaar aan de gang, toen Bror Rexed op 3 juli 1967 als nieuwe directeur van het medicinalstyrelsen (geneesmiddelenbureau) zijn personeel toesprak. Als nieuwe directeur deelde hij mede dat hij afscheid nam van alle titels en voortaan iedereen zou aanspreken met du. Aanspreekvormen zoals heer, u of directeur behoorden hiermee tot het verleden. Bror Rexed bevestigde met zijn toespraak de trend die ingezet was en hij werd het boegbeeld van de du-hervorming. Toch was Bror Rexed niet de enige die zich uitsprak over het gebruik van du. Toen Olof Palme in 1969 aantrad als premier zei hij tegen de journalisten dat ze hem mochten aanspreken met du.

Leden van het koningshuis worden vaak nog wel aangesproken met hun titel. Hoewel dit de laatste jaren ook afneemt. Toen koningin Sylvia een keer per ongeluk aangesproken werd met du reageerde zij niet en het interview ging gewoon door. Het kan echter ook anders gaan: toen koningin Margrethe van Denemarken aangesproken werd met du verloor ze haar humeur en gaf de reporter een reprimande: “Weet jij wel wat je zegt? Hebben jij en ik in dezelfde klas gezeten? Anders begrijp ik niet waarom je du tegen me zegt!”

In het Zweeds zeg je “ska vi dua” als je voorstelt elkaar te tutoyeren. Hou je het liever bij vousvoyeren dan gebruik je nia.

Tegenwoordig is du ingeburgerd in de Zweedse samenleving. Ni wordt zelden nog gebruikt en aanspreken met ni wordt niet altijd op prijs gesteld, hoe beleefd het ook bedoeld is. Ook het Zweedse hof heeft in 2017, 50 jaar na de du-hervoming, aangegeven dat leden van het koninklijk huis gewoon met du aangesproken mogen worden.

- Advertentie -

Advent

X